Explore Avila’s curated film selection of contemporary works and influential classics, where Belgian cinema dialogues with international voices. Watch online on Avila’s worldwide streaming platform, through your local library via Cinébib, or on the big screen.
more about Avila
Découvrez la sélection de films d’Avila, soigneusement composée d’œuvres contemporaines et de classiques influents, où le cinéma belge dialogue avec des voix internationales. À regarder en ligne partout dans le monde sur la plateforme de streaming d’Avila, dans votre bibliothèque via Cinébib, ou sur grand écran.
En savoir plus
Ontdek Avila’s zorgvuldig samengestelde collectie van hedendaagse films en toonaangevende klassiekers, waar Belgische en internationale cinema elkaar ontmoeten. Bekijk de films online via Avila’s wereldwijde streamingplatform, via je lokale bibliotheek met Cinébib, of op het grote scherm.
Meer over Avila
Thumb Right Now, Wrong Then
Right Now, Wrong Then, Hong Sangsoo,

Stream wereldwijd een rijke collectie onvergetelijke films. Films die verrassen, blijven zoeken en je uitnodigen om op een nieuwe manier naar cinema én de wereld te kijken. Duik in de online catalogus om afzonderlijke films of zorgvuldig samengestelde collecties te huren, of ontdek de abonnementsformules!

Nieuwe Online Release ↓
À chacun son cinéma
Jean-Noël Gobron, 1986

Veertig jaar na de oorspronkelijke release is deze documentaire klaar om herontdekt te worden. Aan de hand van één-op-één interviews met amateur- en professionele acteurs onderzoekt de film de fascinatie die het acteursberoep uitoefent op mensen van verschillende achtergronden en generaties. Wat drijft acteurs om in de huid van een ander te kruipen en diens verbeelding tot leven te brengen? Tegelijkertijd is de documentaire een waardevol archiefdocument dat een moment in de filmgeschiedenis en het zelfbeeld van het acteursvak vastlegt.

TRAILER TRAILER BANDE ANNONCE GIFTSCHENKOFFRIR WATCHKIJKREGARDER

Cinébib ↓

Verken Avila’s online filmcollectie, toegankelijk voor leden van de Vlaamse en Brusselse openbare bibliotheken.

Bekijk welke bibliotheken deel uitmaken van Cinébib.

MEER INFO LOGIN

Avila brengt Belgische films tot bij het publiek en verzorgt speciale vertoningen in binnen- en buitenland. Bekijk de agenda of contacteer ons om een vertoning te organiseren.

In de zalen ↓
Hair, Paper, Water...
Nicolas Graux, Trương Minh Quý, 2025

Na prijzen en lovende kritieken te hebben ontvangen op filmfestivals over de hele wereld, blijft Hair, Paper, Water... te zien in de Belgische bioscopen. Deze hartverwarmende, zintuiglijke film toont hoe taal, traditionele kennis en de schoonheid van het alledaagse liefdevol van generatie op generatie worden doorgegeven. De film is momenteel te zien in een selectie van Belgische bioscopen.

TRAILER TRAILER BANDE ANNONCE TICKETSTICKETSBILLETS

Avila Re-release ↓

Eigenzinnige Belgische klassiekers.
Op het grote scherm in je buurt.

PROGRAMMA 2026

AgendaAgendaAgenda

→ Soy Libre
Soy Libre (Laure Portier, 2021)

Filmmaker Laure Portier volgt haar jongere broer Arnaud bijna tien jaar lang tijdens zijn zoektocht naar vrijheid en identiteit. Na een bewogen kindertijd moet Arnaud zijn onvermijdelijke lot onder ogen zien. Een ontroerend, intiem portret van een zoekende ziel, waarin de kracht van familiebanden en de bevrijdende werking van cinema verkend worden.

Soy libre

Introductietekst door Tillo Huygelen
 

Soy libre (2021) is Laure Portiers verslag van de meer dan tien jaar durende zoektocht van haar jongere broer Arnaud. Na een turbulente jeugd jaagt Arnaud een vrij leven na, een zoektocht die hem van Frankrijk naar Spanje en uiteindelijk tot in Zuid-Amerika brengt. Soy libre is Portiers tweede film, na Dans l’oeil du chien (2019), een korte documentaire over hun grootmoeder. Beide films staan in nauwe relatie tot elkaar, en overlappen zelfs licht – Arnaud verschijnt in haar debuutfilm al voor het eerst voor de camera. Aan beide films ligt een diepe, complexe familiegeschiedenis ten grondslag. 

In 2012, net afgestudeerd aan de filmschool INSAS, zoekt Portier haar broer op die net uit de gevangenis komt, met het voorstel om samen een film te maken. Portier leidt een ander leven dan Arnaud. Zij volgde een kunstopleiding, wat haar in een artistiek sociaal milieu deed belanden, terwijl haar broer een ander maatschappelijk traject heeft afgelegd; hij is verloren en op zoek naar een nieuw onderkomen. In een interview op Sabzian geeft Portier aan dat Soy libre de bedoeling heeft om voor Arnaud “een kader of een beweging” te creëren. Ze beschouwt haar film als een manier om haar broer te “wreken”, hem de mogelijkheid te geven een plek in de wereld op te eisen, ongeacht zijn sociale achtergrond. Het vertaalde “ik ben vrij” uit de titel is dus ook een “ik ben hier” – een zoektocht naar zelfbevestiging. “Misschien dat het weergeven van zijn leven hem de moed gaf om tot iets anders te komen. Enfin, ik ben er zeker van. Ik geloof dat dat het enige is waar de film over gaat: jezelf opnieuw kunnen uitvinden,” zegt Portier nog. De film is in die zin een ruimte die broer en zus delen: Arnaud maakt ook zelf beelden als hij in het buitenland is en stuurt ze op naar zijn zus. De uitwisseling die zo ontstaat geeft zijn zoektocht meer gestalte. Arnaud filmt zichzelf op allerlei plekken, soms in precaire situaties: een strand, een betoging, ’s nachts slapend op een bank in een park. Zijn beelden zijn een teken van leven, zowel voor zijn zus als voor zichzelf. “Om zijn hoofd niet te verliezen” moet hij de wereld aanraken en veranderen. Hij moet voelen dat hij er is. Hij steelt en vernielt, leeft in een wereld zonder restricties en documenteert alles. Ten slotte maakt hij ook tekeningen, die in de film een andere verbeelding tonen van zijn innerlijke wereld. 

Broer en zus staan in de film niet alleen tegenover elkaar als familieleden, maar ook als filmer en gefilmde. De vraag naar de verantwoordelijkheid van een grote zus voor haar kleine broer weerspiegelt zich in de spanning tussen de documentairemaakster en haar onderwerp. Portier botst in Soy libre tegen de grenzen van het documentaireportret. Arnaud vatten in een eenduidig en volledig beeld blijkt in de loop van de film ijdele hoop. Als documentair “subject” onttrekt Arnaud zich voortdurend aan elke definitieve representatie. Arnaud beweegt zich voortdurend binnen en buiten beeld en speelt soms filmisch verstoppertje met zijn zus. Naar het einde toe wordt zij steeds meer een buitenstaander in zijn wereld. “Ruïneer ik je leven door je te filmen?” vraagt ze op een gegeven moment. Arnaud laat zich letterlijk uit het beeld wegzakken; de camera verstoort zijn relatie tot zijn nieuwe leefomgeving en het filmkader is niet langer welkom. 

Portier doet geen moeite om de kunstmatigheid van haar film te verhullen: het spel is door hen beiden opgezet. “Ik denk dat ik in de film het woord ‘oprecht’ gebruik. Het ‘echte’ kan me weinig schelen, zeker als het om cinema gaat. De film is de plaats waar we elkaar ontmoeten, een gemeenschappelijke ruimte en een middel om onszelf te overstijgen, voorbij onze eigen reflectie op de wereld en onze eigen conditie.” Aan het begin van Soy libre raast Arnaud in een over-the-shoulder shot met hoge snelheid op zijn scooter over de weg, met zijn zus achterop. Door de snelheid wordt zij hoorbaar op de proef gesteld. Ze moet haar broer blijven filmen, de camera gericht houden, het beeld scherp stellen. De scène geeft goed aan wat er in Soy libre op het spel staat. Net zoals Arnaud zich door de fysieke ruimte beweegt, beweegt hij ook door de ruimte van het filmkader, waarbij hij zichzelf steeds opnieuw uitvindt en de manier waarop hij in beeld komt naar zijn hand zet. Het is niet de wens van Portier om Arnaud te begrijpen. Begrip is immers opnieuw een opgelegd kader. “Voor mij moet het lichaam reageren vóór de geest: als mijn lichaam het begrepen heeft, zal de rest wel volgen.” Soy libre is een uitnodiging om met Arnaud mee te bewegen in zijn zoektocht naar vrijheid, en met de poging van een zus om die te volgen.

 

Tillo Huygelen

Filmmaker
Redacteur en artistiek medewerker Sabzian

Soy libre

Introductietekst door Tillo Huygelen
 

Soy libre (2021) is Laure Portiers verslag van de meer dan tien jaar durende zoektocht van haar jongere broer Arnaud. Na een turbulente jeugd jaagt Arnaud een vrij leven na, een zoektocht die hem van Frankrijk naar Spanje en uiteindelijk tot in Zuid-Amerika brengt. Soy libre is Portiers tweede film, na Dans l’oeil du chien (2019), een korte documentaire over hun grootmoeder. Beide films staan in nauwe relatie tot elkaar, en overlappen zelfs licht – Arnaud verschijnt in haar debuutfilm al voor het eerst voor de camera. Aan beide films ligt een diepe, complexe familiegeschiedenis ten grondslag. 

In 2012, net afgestudeerd aan de filmschool INSAS, zoekt Portier haar broer op die net uit de gevangenis komt, met het voorstel om samen een film te maken. Portier leidt een ander leven dan Arnaud. Zij volgde een kunstopleiding, wat haar in een artistiek sociaal milieu deed belanden, terwijl haar broer een ander maatschappelijk traject heeft afgelegd; hij is verloren en op zoek naar een nieuw onderkomen. In een interview op Sabzian geeft Portier aan dat Soy libre de bedoeling heeft om voor Arnaud “een kader of een beweging” te creëren. Ze beschouwt haar film als een manier om haar broer te “wreken”, hem de mogelijkheid te geven een plek in de wereld op te eisen, ongeacht zijn sociale achtergrond. Het vertaalde “ik ben vrij” uit de titel is dus ook een “ik ben hier” – een zoektocht naar zelfbevestiging. “Misschien dat het weergeven van zijn leven hem de moed gaf om tot iets anders te komen. Enfin, ik ben er zeker van. Ik geloof dat dat het enige is waar de film over gaat: jezelf opnieuw kunnen uitvinden,” zegt Portier nog. De film is in die zin een ruimte die broer en zus delen: Arnaud maakt ook zelf beelden als hij in het buitenland is en stuurt ze op naar zijn zus. De uitwisseling die zo ontstaat geeft zijn zoektocht meer gestalte. Arnaud filmt zichzelf op allerlei plekken, soms in precaire situaties: een strand, een betoging, ’s nachts slapend op een bank in een park. Zijn beelden zijn een teken van leven, zowel voor zijn zus als voor zichzelf. “Om zijn hoofd niet te verliezen” moet hij de wereld aanraken en veranderen. Hij moet voelen dat hij er is. Hij steelt en vernielt, leeft in een wereld zonder restricties en documenteert alles. Ten slotte maakt hij ook tekeningen, die in de film een andere verbeelding tonen van zijn innerlijke wereld. 

Broer en zus staan in de film niet alleen tegenover elkaar als familieleden, maar ook als filmer en gefilmde. De vraag naar de verantwoordelijkheid van een grote zus voor haar kleine broer weerspiegelt zich in de spanning tussen de documentairemaakster en haar onderwerp. Portier botst in Soy libre tegen de grenzen van het documentaireportret. Arnaud vatten in een eenduidig en volledig beeld blijkt in de loop van de film ijdele hoop. Als documentair “subject” onttrekt Arnaud zich voortdurend aan elke definitieve representatie. Arnaud beweegt zich voortdurend binnen en buiten beeld en speelt soms filmisch verstoppertje met zijn zus. Naar het einde toe wordt zij steeds meer een buitenstaander in zijn wereld. “Ruïneer ik je leven door je te filmen?” vraagt ze op een gegeven moment. Arnaud laat zich letterlijk uit het beeld wegzakken; de camera verstoort zijn relatie tot zijn nieuwe leefomgeving en het filmkader is niet langer welkom. 

Portier doet geen moeite om de kunstmatigheid van haar film te verhullen: het spel is door hen beiden opgezet. “Ik denk dat ik in de film het woord ‘oprecht’ gebruik. Het ‘echte’ kan me weinig schelen, zeker als het om cinema gaat. De film is de plaats waar we elkaar ontmoeten, een gemeenschappelijke ruimte en een middel om onszelf te overstijgen, voorbij onze eigen reflectie op de wereld en onze eigen conditie.” Aan het begin van Soy libre raast Arnaud in een over-the-shoulder shot met hoge snelheid op zijn scooter over de weg, met zijn zus achterop. Door de snelheid wordt zij hoorbaar op de proef gesteld. Ze moet haar broer blijven filmen, de camera gericht houden, het beeld scherp stellen. De scène geeft goed aan wat er in Soy libre op het spel staat. Net zoals Arnaud zich door de fysieke ruimte beweegt, beweegt hij ook door de ruimte van het filmkader, waarbij hij zichzelf steeds opnieuw uitvindt en de manier waarop hij in beeld komt naar zijn hand zet. Het is niet de wens van Portier om Arnaud te begrijpen. Begrip is immers opnieuw een opgelegd kader. “Voor mij moet het lichaam reageren vóór de geest: als mijn lichaam het begrepen heeft, zal de rest wel volgen.” Soy libre is een uitnodiging om met Arnaud mee te bewegen in zijn zoektocht naar vrijheid, en met de poging van een zus om die te volgen.

 

Tillo Huygelen

Filmmaker
Redacteur en artistiek medewerker Sabzian

Mona Toestand | Cinéclub de La Jetée, Jette
+ Open air screening en Q&A met Laure Portier
→ Rosas danst Rosas
→ Rosas danst Rosas
→ Rosas danst Rosas
→ Grands travaux
→ Grands travaux
→ Hair, Paper, Water...
Maison de la création, Laken
+ Q&A met Nicolas Graux & Trương Minh Quý
→ Hair, Paper, Water...
→ Hair, Paper, Water...
CC Bruegel | St1ckyR1ce, Brussel
+ Q&A met Trương Minh Quý & Nicolas Graux
→ Hair, Paper, Water...
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

Cultuurcentrum Scharpoord, Knokke-Heist
+ Q&A met Stijn Coninx
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

De Cinema, Antwerpen
+ SCHOENAERTS/DECLEIR retrospectief
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Echo
UC Louvain | Auditoire OM10, Brussel
+ Universitaire screening, open voor het publiek
→ Apple Cider Vinegar
Cinema RITCS, Brussel
+ Q&A met Sofie Benoot
→ Pink Ulysses
→ Pink Ulysses
In de zalen
→ Restless Stones
Restless Stones_Thumb

In oktober 2015 riepen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en opstandige jongeren de autonomie uit in belangrijke steden in Noord-Koerdistan, wat leidde tot brute repressie door het Turkse leger. Tien jaar later toont Restless Stones opnieuw de ruwe beelden van die momenten, in een verwoede poging vat te krijgen op het geweld en het blijvende trauma dat daardoor ontstond.

Bozar, Brussel
+ Q&A met Ellen Vermeulen
→ Globes
Sport- en Cultuurcentrum Hof ter Straeten | Natuurpunt Jabbeke, Jabbeke
+ Q&A met Nina de Vroome, in samenwerking met Velt Jabbeke (ecologisch tuinieren) en de bijenwerkgroep van Jabbeke
→ Le chantier des gosses
Le chantier des gosses (Jean Harlez, 1970)
Jean Harlez,

De Marollen is een speelparadijs voor kinderen, tot op een dag werkmannen de buurt aan het daveren brengen. De kinderen verklaren hen de oorlog. Een film over Brussel in de jaren ’50 in samenwerking met de inwoners zelf.

Le chantier des gosses

Introductietekst door Ruben Demasure   

 

Met Le chantier des gosses (1970) verwezenlijkte autodidact Jean Harlez (1924) zijn grote droom om een langspeelfilm te maken in de Brusselse Marollenwijk. Met kinderen uit de buurt en een zelfgebouwde camera improviseerde Harlez er het verhaal van een stel straatjongens die hun stuk braakliggend speelterrein verdedigen tegen de landmeters en ondernemers die er een sociale woontoren komen neerpoten. Hoe deze film tot stand kwam, leest als een even spectaculaire als schrijnende strijd.

Overzichten van de Belgische filmgeschiedenis situeren Jean Harlez veelal binnen een traditie van eigengereide “zondagsfilmers” met meer passie dan middelen. Harlez begon in 1954 op eigen houtje aan zijn film. Gestuwd door een sociaalkritisch engagement richtte hij de blik op het alledaagse leven van de arbeidersklasse. Zonder gekunstelde plots of studio-opnames filmde Harlez met lokale amateurs in hun eigen leefmilieu. Toen landmeters op een draaidag de lap grond echt kwamen opmeten, werden zij gewoon onderdeel van het verhaal.

Toch duurde het nog tot 1970 vooraleer de laatste, broodnodige middelen gevonden werden om het geluid van de film af te werken. “België pakte liever uit met haar bezoekers van de Expo en het was niet opportuun om de keerzijde van de medaille te laten zien,” zo verklaarde Marcelle Dumont, Harlezs vrouw en dialoogschrijfster, tijdens haar toespraak op de galavoorstelling van de film in het Congrespaleis. De film toonde midden de jaren vijftig een buurt in onze hoofdstad waar bewoners het moeten stellen zonder elektriciteit of toilet en met enkel een gemeenschappelijke waterpomp in de straat.

Na de première kreeg de film geen kans in de cinema. Na een vertoning op tv het jaar nadien stopte het verhaal. Of zo zag het er toch naar uit. Tot een medewerker van de Brusselse stadsbioscoop Cinéma Nova vele jaren later Jean Harlez per toeval ontmoette en de bal opnieuw aan het rollen ging. Nova schonk Le chantier des gosses in 2014 met groot succes zijn eerste commerciële release. De film liep er bijna twee maanden in de zaal. Bij de lancering van distributieplatform Avila, vijf jaar geleden, werd de film beschikbaar via video-on-demand. Nu Jean Harlez honderd jaar is geworden, brengen zij de film opnieuw in de zalen.

Harlez was behalve van de locatie op voorhand maar van één ding zeker: dat hij met de kinderen wou filmen omwille van hun oprechtheid. De open vlakte waar zij speelden, was het recente resultaat van de Tweede Wereldoorlog. De wonde in de wijk werd geslagen door een V1-bom die op 8 november 1944 (na de Bevrijding) het Justitiepaleis als doel had. De inslag deed de gewelven van Theater Toone instorten. De volkse poppentheaterdynastie Toone is precies zo oud als België en komt voort uit de traditie van satirische marionettenspelen tegen de machthebbers. Harlez maakte van deze ground zero opnieuw het schalkse toneel van een strijd tegen projectontwikkelaars die de touwtjes stevig in handen hebben.

Kinderen zijn een ideale representatie van de stemlozen. In een wereld van volwassenen bewaren zij een verwonderde blik. Le chantier des gosses opent met aftastende overzichtsbeelden van de voor- en achterzijde van het Justitiepaleis, toen nog niet de eeuwige werf van de laatste veertig jaar. Aan de balustrade met uitzicht op de Marollenwijk stappen een jongen en meisje het beeldkader binnen. De toeschouwer kijkt vanaf dan mee met de kinderen. Door hun ogen neemt de kijker het panoramische perspectief over dat de Expo ’58-toeristen een paar jaar later op precies dezelfde plek zouden innemen. Tegelijk houdt het een verzet in tegen het geometrische en rationele vizier van de landmeters en de onderwijzer die hen in het klaslokaal volumes leert berekenen. Voor de kinderen is de straat de natuurlijke leerschool. Onder de justitiemastodont die boven de stad uittorent ervaren zij zelf een onrecht en nemen het heft in eigen handen. Vanachter dezelfde balustrade plassen de jongens op twee agenten beneden en treiteren ze als Quick en Flupkes de gezagsdragers. Aan het einde van de film keert het openingsbeeld met het overschouwende jonge koppeltje een laatste keer terug. Alleen wordt er nu niet meer over de balustrade gekeken. In de plaats komt een kikvorsperspectief op de nieuwe woontoren die bijna het hele beeldkader blindeert en afsluit. Het prille paartje gaat zijn eigen weg.  

 

Deze tekst is een herwerking van een tekst die in 2021 verscheen op Sabzian. De volledige, lange versie van de tekst is online toegankelijk op Sabzian

 

Ruben Demasure

Coördinator Art Cinema OFFoff en onderwijsassistent Filmwetenschap UAntwerpen

Le chantier des gosses

Introductietekst door Ruben Demasure   

 

Met Le chantier des gosses (1970) verwezenlijkte autodidact Jean Harlez (1924) zijn grote droom om een langspeelfilm te maken in de Brusselse Marollenwijk. Met kinderen uit de buurt en een zelfgebouwde camera improviseerde Harlez er het verhaal van een stel straatjongens die hun stuk braakliggend speelterrein verdedigen tegen de landmeters en ondernemers die er een sociale woontoren komen neerpoten. Hoe deze film tot stand kwam, leest als een even spectaculaire als schrijnende strijd.

Overzichten van de Belgische filmgeschiedenis situeren Jean Harlez veelal binnen een traditie van eigengereide “zondagsfilmers” met meer passie dan middelen. Harlez begon in 1954 op eigen houtje aan zijn film. Gestuwd door een sociaalkritisch engagement richtte hij de blik op het alledaagse leven van de arbeidersklasse. Zonder gekunstelde plots of studio-opnames filmde Harlez met lokale amateurs in hun eigen leefmilieu. Toen landmeters op een draaidag de lap grond echt kwamen opmeten, werden zij gewoon onderdeel van het verhaal.

Toch duurde het nog tot 1970 vooraleer de laatste, broodnodige middelen gevonden werden om het geluid van de film af te werken. “België pakte liever uit met haar bezoekers van de Expo en het was niet opportuun om de keerzijde van de medaille te laten zien,” zo verklaarde Marcelle Dumont, Harlezs vrouw en dialoogschrijfster, tijdens haar toespraak op de galavoorstelling van de film in het Congrespaleis. De film toonde midden de jaren vijftig een buurt in onze hoofdstad waar bewoners het moeten stellen zonder elektriciteit of toilet en met enkel een gemeenschappelijke waterpomp in de straat.

Na de première kreeg de film geen kans in de cinema. Na een vertoning op tv het jaar nadien stopte het verhaal. Of zo zag het er toch naar uit. Tot een medewerker van de Brusselse stadsbioscoop Cinéma Nova vele jaren later Jean Harlez per toeval ontmoette en de bal opnieuw aan het rollen ging. Nova schonk Le chantier des gosses in 2014 met groot succes zijn eerste commerciële release. De film liep er bijna twee maanden in de zaal. Bij de lancering van distributieplatform Avila, vijf jaar geleden, werd de film beschikbaar via video-on-demand. Nu Jean Harlez honderd jaar is geworden, brengen zij de film opnieuw in de zalen.

Harlez was behalve van de locatie op voorhand maar van één ding zeker: dat hij met de kinderen wou filmen omwille van hun oprechtheid. De open vlakte waar zij speelden, was het recente resultaat van de Tweede Wereldoorlog. De wonde in de wijk werd geslagen door een V1-bom die op 8 november 1944 (na de Bevrijding) het Justitiepaleis als doel had. De inslag deed de gewelven van Theater Toone instorten. De volkse poppentheaterdynastie Toone is precies zo oud als België en komt voort uit de traditie van satirische marionettenspelen tegen de machthebbers. Harlez maakte van deze ground zero opnieuw het schalkse toneel van een strijd tegen projectontwikkelaars die de touwtjes stevig in handen hebben.

Kinderen zijn een ideale representatie van de stemlozen. In een wereld van volwassenen bewaren zij een verwonderde blik. Le chantier des gosses opent met aftastende overzichtsbeelden van de voor- en achterzijde van het Justitiepaleis, toen nog niet de eeuwige werf van de laatste veertig jaar. Aan de balustrade met uitzicht op de Marollenwijk stappen een jongen en meisje het beeldkader binnen. De toeschouwer kijkt vanaf dan mee met de kinderen. Door hun ogen neemt de kijker het panoramische perspectief over dat de Expo ’58-toeristen een paar jaar later op precies dezelfde plek zouden innemen. Tegelijk houdt het een verzet in tegen het geometrische en rationele vizier van de landmeters en de onderwijzer die hen in het klaslokaal volumes leert berekenen. Voor de kinderen is de straat de natuurlijke leerschool. Onder de justitiemastodont die boven de stad uittorent ervaren zij zelf een onrecht en nemen het heft in eigen handen. Vanachter dezelfde balustrade plassen de jongens op twee agenten beneden en treiteren ze als Quick en Flupkes de gezagsdragers. Aan het einde van de film keert het openingsbeeld met het overschouwende jonge koppeltje een laatste keer terug. Alleen wordt er nu niet meer over de balustrade gekeken. In de plaats komt een kikvorsperspectief op de nieuwe woontoren die bijna het hele beeldkader blindeert en afsluit. Het prille paartje gaat zijn eigen weg.  

 

Deze tekst is een herwerking van een tekst die in 2021 verscheen op Sabzian. De volledige, lange versie van de tekst is online toegankelijk op Sabzian

 

Ruben Demasure

Coördinator Art Cinema OFFoff en onderwijsassistent Filmwetenschap UAntwerpen

Archipel 19, Sint-Agatha-Berchem
+ Met acteur Freddy Piette

Added Online

Film
Thumb Claire's Camera

Tijdens het Filmfestival van Cannes wordt Manhee, een jonge verkoopassistente bij een filmdistributeur, plotseling ontslagen wegens een niet nader omschreven “oneerlijkheid”. Wanneer ze Claire ontmoet, een lerares met een Polaroidcamera die misschien bijzondere krachten bezit, proberen de twee te begrijpen waarom Manhee is ontslagen.

Film
Thumb Right Now, Wrong Then

Filmregisseur Ham Chunsu arriveert een dag te vroeg in Suwon en ontmoet de jonge schilder Yoon Heejung. Ze brengen de dag samen door: ze bezoeken haar atelier, drinken soju en ontmoeten haar vrienden. Tussen hen ontvouwt zich een broos spel van aantrekking, totdat de sfeer omslaat. En dan begint alles opnieuw.

Film
Thumb The Day He Arrives

Een filmregisseur die geen films meer maakt, komt aan in Seoul om een goede vriend te ontmoeten. Wanneer die vriend niet komt opdagen, dwaalt hij drie dagen lang door de stad, drinkt hij en ontmoet hij verschillende vrouwen. Elke dag lijkt een variatie op de vorige.

Film
Thumb Walk Up

Samen met zijn dochter bezoekt filmregisseur Byungsoo een oude vriendin in haar gebouw met vier verdiepingen. Nadat een telefoontje hem wegroept, keert Byungsoo terug naar dezelfde plek – maar nu is het een andere tijd en een hogere verdieping.

Film
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Film
Forbidden Pilgrimage (Ellen Vermeulen, 2024)

In 1952 bereikte Marie-Louise Chapelle als eerste Franse vrouw een onbetreden top in de Himalaya. Jaren later treedt filmmaker Ellen Vermeulen in haar voetsporen. Een intieme reis door sneeuwlandschappen waarin persoonlijke ambities, maatschappelijke beperkingen en de complexiteit van vrouw-zijn centraal staan.

Film
Apple Cider Vinegar (Sofie Benoot, 2024)

Een fictieve vertelster van natuurdocumentaires neemt ons mee op een reis langs Palestijnse steenhouwers, gedreven Britse geologen en bewoners van de lavavelden van Fogo. Een hypnotiserende essayfilm die urgente ecologische kwesties behandelt.

Film
Bamssi (Mourad Ben Amor)

Beelden met de urgentie van een Instagramstory creëren een langeafstandsdialoog binnen een familie over zee: Mourad en Fairuz, Tunesië en het buitenland. Een film over wachten, gevaarlijke verlangens en dromen.

Programma
Kortfilmprogramma: Buurten

In dit kortfilmprogramma worden verschillende Brusselse buurten verkend. Deze vier films zijn zowel charmante als ontroerende portretten van buurtbewoners en omspannen samen een periode van bijna 60 jaar, waardoor ze een bijzondere blik bieden op een stad in voortdurende transformatie.

 

 

Programma
Thumb Les films de la maison

Een kortfilmprogramma dat is ontstaan uit de beweging La Voix des Sans-Papiers en twee filmmakers. Hun werk weerspiegelt een aanhoudende strijd, met de nadruk op samen één blijven. Hun werk documenteert een aanhoudende strijd zonder vooraf de bestemming van de beweging te vergrendelen. 

Collectie
Lettre d'un cinéaste à sa fille_still

Drie intieme, speelse films, gemaakt over een periode van meer dan vijftien jaar. Deze films, die documentaire en fictie vermengen, vormen een oeuvre dat tegelijkertijd intiem is en weelderig aan herinnering en verbeelding, zoals het blauwe tuinhuisje dat de trilogie haar titel geeft.

Film
Thumb A chacun son cinéma

Aan de hand van interviews met zowel beginnende als ervaren acteurs duikt deze documentaire in het acteursberoep en in de fascinatie die het uitoefent op mensen van verschillende achtergronden en generaties. Welke mysterieuze alchemie voedt de passie om de verbeelding van iemand anders tot leven te brengen?

Film
Thumb Mercedes comme papillon

Aan de vooravond van een Roma-bruiloft in Frankrijk komt een groep vrouwen samen om te spreken over hun dromen, tradities en verlangens naar vrijheid en zelfexpressie. Deze intieme documentaire beweegt zich op het ritme van de flamenco en verkent vragen rond erfgoed, identiteit en emancipatie.

Collectie
Hong Sangsoo Collection

Hong Sangsoo is een van de belangrijkste en meest eigenzinnige auteurs van de hedendaagse cinema. Deze collectie biedt een unieke inkijk in zijn oeuvre, dat humor met diepgaande verkenningen van het alledaagse leven, psychologie en metafysica combineert, en variaties op terugkerende narratieve motieven verkent.

Soon Online ↑Binnenkort online ↑Bientôt en ligne ↑

Binnenkort Online

Film
Thumb An Image
An Image
Harun Farocki,
Film
Thumb Images of the World and the Inscription of War
Images of the World and the Inscription of War
Harun Farocki,
Film
Kouté Vwa
Kouté vwa
Maxime Jean-Baptiste,
Film
Thumb Le 15/8
Le 15/8
Chantal Akerman, Samy Szlingerbaum,
Film
Thumb The Creators of Shopping Worlds
The Creators of Shopping Worlds
Harun Farocki,
Film
Thumb The Expression of Hands
The Expression of Hands
Harun Farocki,
Film
Thumb The Inextinguishable fire
The Inextinguishable Fire
Harun Farocki,
Film
Thumb Videograms of a Revolution
Videograms of a Revolution
Harun Farocki,
Film
Thumb Workers Leaving the Factory
Workers Leaving the Factory
Harun Farocki,