Explore Avila’s curated film selection of contemporary works and influential classics, where Belgian cinema dialogues with international voices. Watch online on Avila’s worldwide streaming platform, through your local library via Cinébib, or on the big screen.
more about Avila
Découvrez la sélection de films d’Avila, soigneusement composée d’œuvres contemporaines et de classiques influents, où le cinéma belge dialogue avec des voix internationales. À regarder en ligne partout dans le monde sur la plateforme de streaming d’Avila, dans votre bibliothèque via Cinébib, ou sur grand écran.
En savoir plus
Ontdek Avila’s zorgvuldig samengestelde collectie van hedendaagse films en toonaangevende klassiekers, waar Belgische en internationale cinema elkaar ontmoeten. Bekijk de films online via Avila’s wereldwijde streamingplatform, via je lokale bibliotheek met Cinébib, of op het grote scherm.
Meer over Avila
Jean
Jean, Jolke Van Aerde,

Stream wereldwijd een rijke collectie onvergetelijke films. Films die verrassen, blijven zoeken en je uitnodigen om op een nieuwe manier naar cinema én de wereld te kijken. Duik in de online catalogus om afzonderlijke films of zorgvuldig samengestelde collecties te huren, of ontdek de abonnementsformules!

Nieuwe Online Release ↓
Harun Farocki Collectie
Harun Farocki,

Filmmaker Harun Farocki speelde een pioniersrol in het blootleggen van de onderliggende sociale, politieke en technologische structuren waarin beelden worden geproduceerd en verspreid. Deze collectie laat zien hoe zijn films het vanzelfsprekende ter discussie stellen door onze perceptie van het alledaagse te deconstrueren.

WATCHKIJKREGARDER

Cinébib ↓

Verken Avila’s online filmcollectie, toegankelijk voor leden van de Vlaamse en Brusselse openbare bibliotheken.

→ Bekijk welke bibliotheken deel uitmaken van Cinébib.

MEER INFO LOGIN

Avila brengt Belgische films tot bij het publiek en verzorgt speciale vertoningen in binnen- en buitenland. Bekijk de agenda of contacteer ons om een vertoning te organiseren.

Wereldpremière op Film Fest Gent ↓
Jean
Jolke Van Aerde, 2026

Acht jaar lang volgt Jolke Van Aerde Jean, van zijn kindertijd tot zijn tienerjaren. Terwijl hij zijn eigen weg probeert te vinden binnen het onderwijs, groeien ook zijn zorgen over zijn toekomst. Jean is haar eerste langspeelfilm en gaat meteen in officiële competitie op Film Fest Gent als enige Belgische titel.

VERTONINGEN

Avila Re-release ↓

Eigenzinnige Belgische klassiekers.
Op het grote scherm in je buurt.

PROGRAMMA 2026

AgendaAgendaAgenda

→ Hair, Paper, Water...
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

Cultuurcentrum Scharpoord, Knokke-Heist
+ Q&A met Stijn Coninx
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

De Cinema, Antwerpen
+ SCHOENAERTS/DECLEIR retrospectief
→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Daens
Daens_Thumb
Stijn Coninx,

Priester Daens keert terug naar Aalst, waar arbeiders lijden onder armoede, kinderarbeid en uitbuiting in de textielindustrie. Gedreven door zijn rechtvaardigheidsgevoel kiest hij hun zijde, ook al botst hij met de kerk en de gegoede burgerij. Een historische speelfilm over de strijd voor gerechtigheid.

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Branden
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

Branden

Introductietekst door Nina de Vroome   

 

Lisette Ma Neza (1997) is afkomstig uit Nederland en is in Brussel neergestreken om film te studeren aan LUCA School of Arts, waar ze afstudeerde met Branden. In 2024 werd zij benoemd als de allereerste stadsdichter van Brussel. Haar artistieke praktijk is een constante poging om zichzelf en anderen te vertalen. Ze onderzoekt het leven en de gevoelens van ontheemden, overlevers van het grote geweld, van Afrikanen in Europa, van diaspora's, van vrouwen. Dit onderzoek mondt uit in poëtische essays, woordkunst, film en theater, zoals met haar voorstelling The Weight of a Woman. Hierin reflecteert ze dertig jaar na de genocide in Rwanda, waar haar familie vandaan komt, over de waarde van het leven na geweld op een persoonlijke of universele schaal. Ze spreekt tot haar grootmoeders wanneer ze deze vragen oproept en ze zich afvraagt hoe we elkaar en onszelf kunnen vergeven.

Ook in haar film Branden spreekt ze haar grootmoeder aan, een vrouw die een grote geschiedenis belichaamt en die liefdevol wordt geobserveerd terwijl ze een handwerkje verricht. Ze vertelt over een Rwandese soldaat die zijn geweer moedeloos op zijn schouder legde omdat hij geen kogels meer had. Ze kruipt in haar rol door haar breinaald als een geweer tegen haar schouder te leggen. Achter de camera reageert Ma Neza op de gebaren van haar oma. Ook andere vrouwen komen aan het woord: haar buurmeisje en haar vriendinnen spreken haar camera toe. Ze spreken niet op een alledaagse manier, maar denken samen na, en blijven stilstaan bij opmerkelijke herinneringen. Zin voor zin proberen ze een verhaal te traceren, zoals wie 'wij' zijn. "Wij zijn de mensen na de tocht. Wij zijn de natte grond na de regen. Branden wordt zo een collectief gedicht, waarbij Ma Neza en haar gesprekspartners samen woorden vinden voor hun ervaringen. Hun woorden roepen het branden van thuislanden op, het vuur en de rook van gewapende conflicten. Maar er is ook de warmte van vriendschap, liefde en de verwelkoming van nieuw leven. 

In een interview op Kortfilm met schrijver en kunstenaar Margot De Grave Loyson vertelt Ma Neza hoe de gesprekken in de film vorm hebben gekregen. “Ik wil het over moeilijke onderwerpen hebben. Het is echter helemaal niet evident om aan mijn oma te vragen om te vertellen over hoe ze destijds is gevlucht. Door mijn vragen poëtisch vorm te geven — ‘wie waren jullie’, ‘wat zag je’ — is het toch gelukt om daarover te spreken zonder dat het te pijnlijk werd.” Doordat de taal een poëtische intensiteit krijgt, kunnen in de gesprekken intieme ervaringen worden verwoord. Zo herinnert het buurmeisje zich "heel veel matrassen" tijdens een tussenstop op weg naar Europa. Dit detail geeft slechts een hint naar de gevaren en ontberingen die zij met haar gezin heeft doorgemaakt, waardoor de taal een poëtische intensiteit krijgt.

Ma Neza noemt zichzelf een dichteres met een camera. Ze maakt in haar dagelijks leven vaak beelden, gefilmd met een kleine handycam of gewoon met haar telefoon. Zo legde ze een archief aan, een verzameling van herinneringen en impressies die ze in de montage van Branden bij elkaar bracht, op zoek naar uitdrukkingskracht. Woorden worden uitgesproken en verschijnen ook als tekst in beeld. Poëzie wordt zo een beeldcompositie, maar ook een manier van spreken en een manier van luisteren naar elkaar.

De gesprekspartners van Ma Neza kijken recht in de camera. Ze adresseren de filmmaakster, maar richten zich ook tot het publiek, dat zich welkom voelt om getuige te zijn van hun ervaringen en herinneringen. Zo vertelt de vriendin die uit Afghanistan afkomstig is over haar ervaring als kind in Nederland aan te komen: “Wij zijn de kinderen die zo druk waren met ons aanpassen dat we vergeten waren dat we zijn gevlucht.” In deze film vinden zij elkaar door hun vergelijkbare geschiedenis, die een universele ervaring van ontheemding is.

Ma Neza vertelt hoe haar film verbinding zoekt tussen de verhalen van alle vrouwen wier wortels elders liggen, die zich thuis proberen te voelen, ook al is dat niet altijd makkelijk. Ze zijn sterke vrouwen en ondanks alles is er altijd hoop. In de woorden van Ma Neza: “Branden staat voor mij voor een vuur dat nooit uitgaat. Het doet me denken aan een zin uit een gedicht van Alfred Schaffer: ‘Ik was een donker lichaam dat je uit kon blazen, maar ik brandde toch.’”

 

Nina de Vroome

Filmmaker, schrijver en redacteur van het Belgisch filmtijdschrift Sabzian

→ Echo
UC Louvain | Auditoire OM10, Brussel
+ Universitaire screening, open voor het publiek
→ Apple Cider Vinegar
Cinema RITCS, Brussel
+ Q&A met Sofie Benoot
→ Jean
Jean

Acht jaar uit het leven van Jean, een tiener uit Antwerpen die opgroeit, meerdere keren van school wisselt en zijn plaats probeert te vinden binnen het onderwijssysteem. Naarmate hij ouder wordt, neemt ook zijn verlangen naar verandering toe. Een mozaïekachtig portret van een jonge identiteit in beweging.

Kinepolis Gent | Film Fest Gent, Gent
+ In het bijzijn van cast en crew
→ Jean
Jean

Acht jaar uit het leven van Jean, een tiener uit Antwerpen die opgroeit, meerdere keren van school wisselt en zijn plaats probeert te vinden binnen het onderwijssysteem. Naarmate hij ouder wordt, neemt ook zijn verlangen naar verandering toe. Een mozaïekachtig portret van een jonge identiteit in beweging.

Kinepolis Gent | Film Fest Gent, Gent
+ Q&A met Jean Ciesielski en Jolke Van Aerde
→ Jean
Jean

Acht jaar uit het leven van Jean, een tiener uit Antwerpen die opgroeit, meerdere keren van school wisselt en zijn plaats probeert te vinden binnen het onderwijssysteem. Naarmate hij ouder wordt, neemt ook zijn verlangen naar verandering toe. Een mozaïekachtig portret van een jonge identiteit in beweging.

→ Pink Ulysses
→ Pink Ulysses
→ Globes
Sport- en Cultuurcentrum Hof ter Straeten | Natuurpunt Jabbeke, Jabbeke
+ Q&A met Nina de Vroome, in samenwerking met Velt Jabbeke (ecologisch tuinieren) en de bijenwerkgroep van Jabbeke
In de zalen
→ Restless Stones
Restless Stones_Thumb

In oktober 2015 riepen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en opstandige jongeren de autonomie uit in belangrijke steden in Noord-Koerdistan, wat leidde tot brute repressie door het Turkse leger. Tien jaar later toont Restless Stones opnieuw de ruwe beelden van die momenten, in een verwoede poging vat te krijgen op het geweld en het blijvende trauma dat daardoor ontstond.

Bozar, Brussel
+ Engelse ondertitels en Engelstalige Q&A met Ellen Vermeulen
In de zalen
→ Restless Stones
Restless Stones_Thumb

In oktober 2015 riepen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en opstandige jongeren de autonomie uit in belangrijke steden in Noord-Koerdistan, wat leidde tot brute repressie door het Turkse leger. Tien jaar later toont Restless Stones opnieuw de ruwe beelden van die momenten, in een verwoede poging vat te krijgen op het geweld en het blijvende trauma dat daardoor ontstond.

Bozar, Brussel
+ Franse ondertitels
In de zalen
→ Restless Stones
Restless Stones_Thumb

In oktober 2015 riepen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en opstandige jongeren de autonomie uit in belangrijke steden in Noord-Koerdistan, wat leidde tot brute repressie door het Turkse leger. Tien jaar later toont Restless Stones opnieuw de ruwe beelden van die momenten, in een verwoede poging vat te krijgen op het geweld en het blijvende trauma dat daardoor ontstond.

Bozar, Brussel
+ Engelse ondertitels
In de zalen
→ Restless Stones
Restless Stones_Thumb

In oktober 2015 riepen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en opstandige jongeren de autonomie uit in belangrijke steden in Noord-Koerdistan, wat leidde tot brute repressie door het Turkse leger. Tien jaar later toont Restless Stones opnieuw de ruwe beelden van die momenten, in een verwoede poging vat te krijgen op het geweld en het blijvende trauma dat daardoor ontstond.

Bozar, Brussel
+ Franse ondertitels
→ Pink Ulysses
→ Le chantier des gosses
Le chantier des gosses (Jean Harlez, 1970)
Jean Harlez,

De Marollen is een speelparadijs voor kinderen, tot op een dag werkmannen de buurt aan het daveren brengen. De kinderen verklaren hen de oorlog. Een film over Brussel in de jaren ’50 in samenwerking met de inwoners zelf.

Le chantier des gosses

Introductietekst door Ruben Demasure   

 

Met Le chantier des gosses (1970) verwezenlijkte autodidact Jean Harlez (1924) zijn grote droom om een langspeelfilm te maken in de Brusselse Marollenwijk. Met kinderen uit de buurt en een zelfgebouwde camera improviseerde Harlez er het verhaal van een stel straatjongens die hun stuk braakliggend speelterrein verdedigen tegen de landmeters en ondernemers die er een sociale woontoren komen neerpoten. Hoe deze film tot stand kwam, leest als een even spectaculaire als schrijnende strijd.

Overzichten van de Belgische filmgeschiedenis situeren Jean Harlez veelal binnen een traditie van eigengereide “zondagsfilmers” met meer passie dan middelen. Harlez begon in 1954 op eigen houtje aan zijn film. Gestuwd door een sociaalkritisch engagement richtte hij de blik op het alledaagse leven van de arbeidersklasse. Zonder gekunstelde plots of studio-opnames filmde Harlez met lokale amateurs in hun eigen leefmilieu. Toen landmeters op een draaidag de lap grond echt kwamen opmeten, werden zij gewoon onderdeel van het verhaal.

Toch duurde het nog tot 1970 vooraleer de laatste, broodnodige middelen gevonden werden om het geluid van de film af te werken. “België pakte liever uit met haar bezoekers van de Expo en het was niet opportuun om de keerzijde van de medaille te laten zien,” zo verklaarde Marcelle Dumont, Harlezs vrouw en dialoogschrijfster, tijdens haar toespraak op de galavoorstelling van de film in het Congrespaleis. De film toonde midden de jaren vijftig een buurt in onze hoofdstad waar bewoners het moeten stellen zonder elektriciteit of toilet en met enkel een gemeenschappelijke waterpomp in de straat.

Na de première kreeg de film geen kans in de cinema. Na een vertoning op tv het jaar nadien stopte het verhaal. Of zo zag het er toch naar uit. Tot een medewerker van de Brusselse stadsbioscoop Cinéma Nova vele jaren later Jean Harlez per toeval ontmoette en de bal opnieuw aan het rollen ging. Nova schonk Le chantier des gosses in 2014 met groot succes zijn eerste commerciële release. De film liep er bijna twee maanden in de zaal. Bij de lancering van distributieplatform Avila, vijf jaar geleden, werd de film beschikbaar via video-on-demand. Nu Jean Harlez honderd jaar is geworden, brengen zij de film opnieuw in de zalen.

Harlez was behalve van de locatie op voorhand maar van één ding zeker: dat hij met de kinderen wou filmen omwille van hun oprechtheid. De open vlakte waar zij speelden, was het recente resultaat van de Tweede Wereldoorlog. De wonde in de wijk werd geslagen door een V1-bom die op 8 november 1944 (na de Bevrijding) het Justitiepaleis als doel had. De inslag deed de gewelven van Theater Toone instorten. De volkse poppentheaterdynastie Toone is precies zo oud als België en komt voort uit de traditie van satirische marionettenspelen tegen de machthebbers. Harlez maakte van deze ground zero opnieuw het schalkse toneel van een strijd tegen projectontwikkelaars die de touwtjes stevig in handen hebben.

Kinderen zijn een ideale representatie van de stemlozen. In een wereld van volwassenen bewaren zij een verwonderde blik. Le chantier des gosses opent met aftastende overzichtsbeelden van de voor- en achterzijde van het Justitiepaleis, toen nog niet de eeuwige werf van de laatste veertig jaar. Aan de balustrade met uitzicht op de Marollenwijk stappen een jongen en meisje het beeldkader binnen. De toeschouwer kijkt vanaf dan mee met de kinderen. Door hun ogen neemt de kijker het panoramische perspectief over dat de Expo ’58-toeristen een paar jaar later op precies dezelfde plek zouden innemen. Tegelijk houdt het een verzet in tegen het geometrische en rationele vizier van de landmeters en de onderwijzer die hen in het klaslokaal volumes leert berekenen. Voor de kinderen is de straat de natuurlijke leerschool. Onder de justitiemastodont die boven de stad uittorent ervaren zij zelf een onrecht en nemen het heft in eigen handen. Vanachter dezelfde balustrade plassen de jongens op twee agenten beneden en treiteren ze als Quick en Flupkes de gezagsdragers. Aan het einde van de film keert het openingsbeeld met het overschouwende jonge koppeltje een laatste keer terug. Alleen wordt er nu niet meer over de balustrade gekeken. In de plaats komt een kikvorsperspectief op de nieuwe woontoren die bijna het hele beeldkader blindeert en afsluit. Het prille paartje gaat zijn eigen weg.  

 

Deze tekst is een herwerking van een tekst die in 2021 verscheen op Sabzian. De volledige, lange versie van de tekst is online toegankelijk op Sabzian. 

 

Ruben Demasure

Coördinator Art Cinema OFFoff en onderwijsassistent Filmwetenschap UAntwerpen

Le chantier des gosses

Introductietekst door Ruben Demasure   

 

Met Le chantier des gosses (1970) verwezenlijkte autodidact Jean Harlez (1924) zijn grote droom om een langspeelfilm te maken in de Brusselse Marollenwijk. Met kinderen uit de buurt en een zelfgebouwde camera improviseerde Harlez er het verhaal van een stel straatjongens die hun stuk braakliggend speelterrein verdedigen tegen de landmeters en ondernemers die er een sociale woontoren komen neerpoten. Hoe deze film tot stand kwam, leest als een even spectaculaire als schrijnende strijd.

Overzichten van de Belgische filmgeschiedenis situeren Jean Harlez veelal binnen een traditie van eigengereide “zondagsfilmers” met meer passie dan middelen. Harlez begon in 1954 op eigen houtje aan zijn film. Gestuwd door een sociaalkritisch engagement richtte hij de blik op het alledaagse leven van de arbeidersklasse. Zonder gekunstelde plots of studio-opnames filmde Harlez met lokale amateurs in hun eigen leefmilieu. Toen landmeters op een draaidag de lap grond echt kwamen opmeten, werden zij gewoon onderdeel van het verhaal.

Toch duurde het nog tot 1970 vooraleer de laatste, broodnodige middelen gevonden werden om het geluid van de film af te werken. “België pakte liever uit met haar bezoekers van de Expo en het was niet opportuun om de keerzijde van de medaille te laten zien,” zo verklaarde Marcelle Dumont, Harlezs vrouw en dialoogschrijfster, tijdens haar toespraak op de galavoorstelling van de film in het Congrespaleis. De film toonde midden de jaren vijftig een buurt in onze hoofdstad waar bewoners het moeten stellen zonder elektriciteit of toilet en met enkel een gemeenschappelijke waterpomp in de straat.

Na de première kreeg de film geen kans in de cinema. Na een vertoning op tv het jaar nadien stopte het verhaal. Of zo zag het er toch naar uit. Tot een medewerker van de Brusselse stadsbioscoop Cinéma Nova vele jaren later Jean Harlez per toeval ontmoette en de bal opnieuw aan het rollen ging. Nova schonk Le chantier des gosses in 2014 met groot succes zijn eerste commerciële release. De film liep er bijna twee maanden in de zaal. Bij de lancering van distributieplatform Avila, vijf jaar geleden, werd de film beschikbaar via video-on-demand. Nu Jean Harlez honderd jaar is geworden, brengen zij de film opnieuw in de zalen.

Harlez was behalve van de locatie op voorhand maar van één ding zeker: dat hij met de kinderen wou filmen omwille van hun oprechtheid. De open vlakte waar zij speelden, was het recente resultaat van de Tweede Wereldoorlog. De wonde in de wijk werd geslagen door een V1-bom die op 8 november 1944 (na de Bevrijding) het Justitiepaleis als doel had. De inslag deed de gewelven van Theater Toone instorten. De volkse poppentheaterdynastie Toone is precies zo oud als België en komt voort uit de traditie van satirische marionettenspelen tegen de machthebbers. Harlez maakte van deze ground zero opnieuw het schalkse toneel van een strijd tegen projectontwikkelaars die de touwtjes stevig in handen hebben.

Kinderen zijn een ideale representatie van de stemlozen. In een wereld van volwassenen bewaren zij een verwonderde blik. Le chantier des gosses opent met aftastende overzichtsbeelden van de voor- en achterzijde van het Justitiepaleis, toen nog niet de eeuwige werf van de laatste veertig jaar. Aan de balustrade met uitzicht op de Marollenwijk stappen een jongen en meisje het beeldkader binnen. De toeschouwer kijkt vanaf dan mee met de kinderen. Door hun ogen neemt de kijker het panoramische perspectief over dat de Expo ’58-toeristen een paar jaar later op precies dezelfde plek zouden innemen. Tegelijk houdt het een verzet in tegen het geometrische en rationele vizier van de landmeters en de onderwijzer die hen in het klaslokaal volumes leert berekenen. Voor de kinderen is de straat de natuurlijke leerschool. Onder de justitiemastodont die boven de stad uittorent ervaren zij zelf een onrecht en nemen het heft in eigen handen. Vanachter dezelfde balustrade plassen de jongens op twee agenten beneden en treiteren ze als Quick en Flupkes de gezagsdragers. Aan het einde van de film keert het openingsbeeld met het overschouwende jonge koppeltje een laatste keer terug. Alleen wordt er nu niet meer over de balustrade gekeken. In de plaats komt een kikvorsperspectief op de nieuwe woontoren die bijna het hele beeldkader blindeert en afsluit. Het prille paartje gaat zijn eigen weg.  

 

Deze tekst is een herwerking van een tekst die in 2021 verscheen op Sabzian. De volledige, lange versie van de tekst is online toegankelijk op Sabzian. 

 

Ruben Demasure

Coördinator Art Cinema OFFoff en onderwijsassistent Filmwetenschap UAntwerpen

Archipel 19, Sint-Agatha-Berchem
+ Met acteur Freddy Piette

Added Online

Film
Thumb Claire's Camera

Tijdens het Filmfestival van Cannes wordt Manhee, een jonge verkoopassistente bij een filmdistributeur, plotseling ontslagen wegens een niet nader omschreven “oneerlijkheid”. Wanneer ze Claire ontmoet, een lerares met een Polaroidcamera die misschien bijzondere krachten bezit, proberen de twee te begrijpen waarom Manhee is ontslagen.

Film
Thumb Right Now, Wrong Then

Filmregisseur Ham Chunsu arriveert een dag te vroeg in Suwon en ontmoet de jonge schilder Yoon Heejung. Ze brengen de dag samen door: ze bezoeken haar atelier, drinken soju en ontmoeten haar vrienden. Tussen hen ontvouwt zich een broos spel van aantrekking, totdat de sfeer omslaat. En dan begint alles opnieuw.

Film
Thumb The Day He Arrives

Een filmregisseur die geen films meer maakt, komt aan in Seoul om een goede vriend te ontmoeten. Wanneer die vriend niet komt opdagen, dwaalt hij drie dagen lang door de stad, drinkt hij en ontmoet hij verschillende vrouwen. Elke dag lijkt een variatie op de vorige.

Film
Thumb Walk Up

Samen met zijn dochter bezoekt filmregisseur Byungsoo een oude vriendin in haar gebouw met vier verdiepingen. Nadat een telefoontje hem wegroept, keert Byungsoo terug naar dezelfde plek – maar nu is het een andere tijd en een hogere verdieping.

Film
Branden (Lisette Ma Neza, 2024)

Een collectief gedicht over het branden van thuislanden, over het vuur en de rook van gewapende conflicten. Een gesprek met vijf vrouwen over vertrekken en (nooit meer echt) aankomen. Een ode aan de ontheemde vrouw.

Film
Forbidden Pilgrimage (Ellen Vermeulen, 2024)

In 1952 bereikte Marie-Louise Chapelle als eerste Franse vrouw een onbetreden top in de Himalaya. Jaren later treedt filmmaker Ellen Vermeulen in haar voetsporen. Een intieme reis door sneeuwlandschappen waarin persoonlijke ambities, maatschappelijke beperkingen en de complexiteit van vrouw-zijn centraal staan.

Film
Apple Cider Vinegar (Sofie Benoot, 2024)

Een fictieve vertelster van natuurdocumentaires neemt ons mee op een reis langs Palestijnse steenhouwers, gedreven Britse geologen en bewoners van de lavavelden van Fogo. Een hypnotiserende essayfilm die urgente ecologische kwesties behandelt.

Film
Bamssi (Mourad Ben Amor)

Beelden met de urgentie van een Instagramstory creëren een langeafstandsdialoog binnen een familie over zee: Mourad en Fairuz, Tunesië en het buitenland. Een film over wachten, gevaarlijke verlangens en dromen.

Programma
Kortfilmprogramma: Buurten

In dit kortfilmprogramma worden verschillende Brusselse buurten verkend. Deze vier films zijn zowel charmante als ontroerende portretten van buurtbewoners en omspannen samen een periode van bijna 60 jaar, waardoor ze een bijzondere blik bieden op een stad in voortdurende transformatie.

 

 

Programma
Thumb Les films de la maison

Een kortfilmprogramma dat is ontstaan uit de beweging La Voix des Sans-Papiers en twee filmmakers. Hun werk weerspiegelt een aanhoudende strijd, met de nadruk op samen één blijven. Hun werk documenteert een aanhoudende strijd zonder vooraf de bestemming van de beweging te vergrendelen. 

Collectie
Lettre d'un cinéaste à sa fille_still

Drie intieme, speelse films, gemaakt over een periode van meer dan vijftien jaar. Deze films, die documentaire en fictie vermengen, vormen een oeuvre dat tegelijkertijd intiem is en weelderig aan herinnering en verbeelding, zoals het blauwe tuinhuisje dat de trilogie haar titel geeft.

Film
Thumb A chacun son cinéma

Aan de hand van interviews met zowel beginnende als ervaren acteurs duikt deze documentaire in het acteursberoep en in de fascinatie die het uitoefent op mensen van verschillende achtergronden en generaties. Welke mysterieuze alchemie voedt de passie om de verbeelding van iemand anders tot leven te brengen?

Film
Thumb Mercedes comme papillon

Aan de vooravond van een Roma-bruiloft in Frankrijk komt een groep vrouwen samen om te spreken over hun dromen, tradities en verlangens naar vrijheid en zelfexpressie. Deze intieme documentaire beweegt zich op het ritme van de flamenco en verkent vragen rond erfgoed, identiteit en emancipatie.

Collectie
Hong Sangsoo Collection

Hong Sangsoo is een van de belangrijkste en meest eigenzinnige auteurs van de hedendaagse cinema. Deze collectie biedt een unieke inkijk in zijn oeuvre, dat humor met diepgaande verkenningen van het alledaagse leven, psychologie en metafysica combineert, en variaties op terugkerende narratieve motieven verkent.

Soon Online ↑Binnenkort online ↑Bientôt en ligne ↑

Binnenkort Online

Film
Thumb Images of the World and the Inscription of War
Images of the World and the Inscription of War
Harun Farocki,
Film
Thumb Le 15/8
Le 15/8
Chantal Akerman, Samy Szlingerbaum,
Film
Thumb Videograms of a Revolution
Videograms of a Revolution
Harun Farocki, Andrei Ujică,