De poorten van de fabriek voor fotografische producten van de gebroeders Lumière in Lyon gaan open, en mannen en vrouwen stromen de middagzon in. Dit was het onderwerp van de allereerste film die in 1895 aan een betalend publiek werd vertoond. Sindsdien is de scène keer op keer nagespeeld, “als een kind dat zijn eerste woord 100 jaar lang herhaalt om het plezier in dat eerste herhaalde woord te vereeuwigen”, merkt Farocki op.
Aan de hand van archiefbeelden en fragmenten uit het werk van onder meer Fritz Lang, Charlie Chaplin en Pier Paolo Pasolini onderzoekt Farocki hoe de fabriek en haar arbeiders door de filmgeschiedenis heen zijn afgebeeld. Doorheen verschillende genres brengt deze essay film een zorgvuldige montage van beelden die de diepe verwevenheid tussen de geschiedenis van de film en het industriële kapitalisme blootleggen.
